Het lelijke jonge eendje

Inge herinnerde zich die eerste ontmoeting nog zo goed. Ze was net verhuisd en ze zaten bij elkaar in de klas. “Ik heb jou gezien gisteren, je woont vlakbij mij” zei Jolien, en de twee dametjes uit de eerste klas werden meteen vriendinnetjes. Beste vriendinnetjes.

Totdat het pesten begon. Het was ook wel heel makkelijk, want ze had rood haar (toen nog haast oranje) en dat was natuurlijk hartstikke stom. In het begin viel het nog niet zo op, maar het werd erger en erger en Inge werd zelfs een tijdje bang voor Jolien. En steeds ging Inge weer naar Jolien toe, om met haar te spelen.

Een overtuiging was geboren. Inge had rood haar en dat was stom en daarom was zij helemaal stom en moest ze blij zijn dat Jolien bij de gratie (van wie eigenlijk?) met haar wilde spelen. Dit waren haar feiten. Dat Jolien – ook 7 jaar oud – misschien niet goed om kon gaan met de aandacht die Inge door haar vlammende haar kreeg, dat beseften ze natuurlijk niet. Niemand had Inge ooit een complimentje gegeven om haar opvallende haarkleur. Jolien was haar moeders prinsesje, en zij een sproetenkoningin. Ze waren zo jong, ze wisten niet beter, ze hadden het niet anders geleerd.

 

Het lelijke jonge eendje.

Wie kent dit verhaal uit 1843 van de Deense schrijver Hans Christian Andersen niet?

Het leven is geen sprookje. Het leven is soms heel erg hard. Net als de mensen. Het verhaal van het lelijke jonge eendje die uiteindelijk een prachtige zwaan blijkt te zijn, is dan ook geen sprookje. Het is een vertelling waar het verhaal van heel veel vrouwen in schuilt. Het zou zo mooi zijn als mensen, net als de “eendzwaan” in het verhaal, dírect na het pesten over de toegebrachte schade door het pesten heen waren. Dit is alleen geen realiteit.

 

Eens gepest, altijd gepest?

Ik ga er geen doekjes omwinden en het al helemaal niet bagatelliseren: gepest worden is heel ernstig. Het kan zoveel schade opleveren dat het in sommige gevallen fatale gevolgen kan hebben. Een gezond zelfbeeld en vertrouwen in anderen worden moeiteloos uiteengerukt, verscheurd en als snippers teruggegeven. En het laat altijd sporen na, zoals bij een verscheurd papier dat je weer aan elkaar plakt. Je blijft het altijd een beetje zien.

Ik spreek regelmatig met volwassen vrouwen die vroeger gepest zijn en dan hoor ik welke schade dat heeft toegebracht. Vaak is het zelfs andersom, je hoort de schade en dán pas dat ze gepest zijn. Het is goed dat ze daarover spreken, want door te praten over wat er gebeurde en hoe dit je deed voelen kun je het gaan verwerken. Nog belangrijker: je kunt je overtuigingen toetsen.

 

“Eindelijk barstte het grote ei. “Piep! Piep!” zei het jong en waggelde naar buiten, want het was erg groot en lelijk. De moedereend keek ernaar en zei: “Je bent een vreselijk groot eendenjong. Geen van de anderen ziet er zo uit”.

 

Wanneer je lang genoeg hoort dat je niet mooi/sterk/lief genoeg bent, dat je simpelweg buiten de boot valt en niet voldoet: dan ga je dat geloven. De overtuiging dat wat je pester over je zegt waar is, zit vaak heel diep. Je gaat het geloven en je gaat het zelfs begrijpen. Je gaat jezelf zien zoals de pester je benadert heeft of omschrijft. Je gaat jezelf stom, lelijk, dom, raar, te lang, te dik vinden.

De tijd die het kost om jezelf weer te zien zoals je werkelijk bent kan zomaar jaren duren. In ieder geval zo lang als je er niet mee aan de slag gaat. En al die tijd blijft die verkeerde overtuiging schade toebrengen. Blijf je jezelf schade toebrengen. Je overtuigingen houden je voor de gek. Dat is wat belemmerende overtuigingen doen, zolang ze niet worden omgevormd tot een realistische visie op de werkelijkheid.

 

 

Al die tijd ga je leven naar je overtuiging:

“en op hetzelfde ogenblik stond vlakbij een vreselijk grote hond; zijn tong hing hem ver uit de bek en zijn ogen fonkelden. Hij hapte naar het eendje, liet zijn scherpe tanden zien, en plas, plas, ging hij verder, zonder de eend mee te nemen. “De hemel zij dank!” zuchtte het eendje. “Ik ben zo lelijk, dat zelfs de hond me niet wil bijten”

Je leeft naar je overtuiging. Als jij gelooft dat je altijd buiten de boot valt, dan wil je niet meer in een groepje horen. Als jij gelooft dat je niets waard bent, dan gun je jezelf ook niets. Vaak ‘verstop’ je je als het ware voor anderen. Maar als jij je verstopt, dan kun je je niet verder ontwikkelen. Als jij gelooft dat je arts kunt worden, dan ga je studeren als een dolle om dat te bereiken.

Dat wat jij gelooft geeft je de energie om iets te bereiken of weerhoudt je daarvan.

 

Ken jij een eendje in een relatie?

Waar een zwaan sierlijkheid en kracht uitstraalt (en een symbool is voor trouw), een partner kiest en daarvoor gaat…. blijft het lelijke jonge eendje (dat geen eendje is) zoeken naar goedkeuring en bevestiging.

Dit uit zich voornamelijk binnen relaties. Scheve verhoudingen tussen ouder en kind, een onrustig of minimaal sociaal leven. Ongelukkige relaties met ongeschikte partners die voor even een goed gevoel geven. Steeds een ander smekend om liefde en bevestiging. Of het tegenovergestelde gebeurt en ze sluit zich af. Maakt zich ongeschikt voor relaties, durft zich niet te binden en gaat helemaal geen relaties meer aan, of relaties die bij voorbaat al gedoemd zijn om te mislukken. Een ‘eendje’ zegt het al; een eenTje. Dat maakt het lastig als je wel een fijne gezonde relatie wil kunnen hebben.

Je ziet, je kunt je niet blijven verstoppen. Je zult er echt iets mee moeten doen. En je kunt er iets aan doen.

 

Een nieuwe overtuiging:

Het eendje vloog het water in en zwom naar de prachtige zwanen toe, die met ruisende vleugels op het eendje toeschoten. “Dood me maar!” zei het arme dier, boog de kop naar het wateroppervlak en wachtte de dood af. Maar wat zag het in het heldere water? Zijn spiegelbeeld! Maar hij was geen lompe, zwartgrijze, lelijke vogel meer; hij was zelf een zwaan!

Het enige wat  echt kan helpen is een nieuwe overtuiging. En dat is niet altijd even eenvoudig. In het verhaal van het lelijke jonge eendje ging het als vanzelf. Gelukkig geeft het leven ook aan mensen die gepest zijn, af en toe als vanzelf een flintertje inzicht. Een blik in een etalageruit, een complimentje dat binnenkomt. Een project dat lúkt omdat je wél capaciteiten blijkt te hebben!

Maar vaak is het nodig om eerst hard aan het werk te gaan, en om die dingen die jij jezelf wijsmaakt – je overtuigingen – opnieuw te toetsen. Door heel goed te luisteren naar dat stemmetje binnen in je hart. En eerlijk te durven zijn over of dat stemmetje nou eigenlijk wel gelijk heeft.

 

Wat je vaak tegenkomt, is dat er bij pesten eerst wordt ‘gecontroleerd’ of er niet misschien tóch een reden is waar de gepeste iets aan kan doen. Bovenop het pesten komt de schuldvraag: De check of het pesten niet uitgelokt is. De vraag of je iets kunt doen om pesten te voorkomen. Wat moet je daar nou mee? “ kies een andere bril, dat scheelt”. Verf je haar. Verdien meer geld. Krijg een vriendelijkere kop. Draag andere kleding. Zie jij het al voor je? Dat is niet het toetsen waar ik het over heb. Het veranderen van het onderdeel waarom je gepest werd, is aanpassen aan je overtuiging. Het gaat erom dat je gaat inzien dat de overtuiging niet klopt.

 

Toets je overtuigingen en ga weer doen wat je wil doen!

Aan het begin van deze blog schreef ik in het kort mijn eigen verhaal. In het kort, want na 20 jaar de verkeerde overtuigingen te hebben meegesleept, besefte ik dat je kunt uitzoeken of dat wat je jezelf hebt laten wijsmaken eigenlijk wel klopt. En dat je door dat te toetsen je verleden achter je kunt laten. Dat je het pesten achter je kunt laten. Je hoeft niet rond te blijven lopen met verkeerde overtuigingen. En als je het eenmaal hebt getoetst, dan maakt dat je zoveel sterker. Omdat je dán weet wie je echt bent, wat je kunt, wat voor waardevols je toe te voegen hebt voor anderen.

 

De graantjes en korrels levenservaring die ik als eendje – zoekend naar wát voor gevogelte ik nou eigenlijk was, heb meegepikt zijn boven gehaald en uitgeplozen. Geobserveerd en geselecteerd. Het kaf van het koren. Zangvoer bij zangvoer. Krachtvoer bij krachtvoer. En de lege zaadhulsjes heb ik laten wegblazen in de wind – Losgelaten.

 

Dat ik trots zou kunnen grappen dat mijn sproeten de roestige uiteinden van mijn stalen zenuwen zijn, en dat ik mijn rode haar heel mooi zou gaan vinden, kon ik vroeger nog niet voorspellen. Net als dat mijn ‘Jolien’ en ik beide niet konden voorspellen dat haar kinderen de meest mooie, wonderlijke en lieve, rooie sproetenkoppies zouden worden die ze ooit heeft gezien.

Ik hoop dat jij – als jij gepest bent – ook die prachtige zwaan gaat zien die jij bent! En als je daar over wil praten, dan ben ik blij je daarin te mogen ondersteunen.

 

 

 

Mind yourself & BeMinded.

Neem vrijblijvend contact op voor meer informatie. Mail naar  info@beminded.nl of bel 06 17 87 87 87 (ook in de avonden en het weekend).